DDe Reformatie
Terug naar Startpagina
Uit: De Hervorming in Zeeland door Dr. C. Rooze- Stouthamer Ketterij is van alle tijden. De drang naar katharsis, naar zuivering- want dat is toch de eigenlijke betekenis van “ketterij”- is een regelmatig opduikend element in het Christendom. Herhaaldelijk wordt de roep gehoord naar een terugkeer tot de evangelische eenvoud, tot een geloofsleven en een kerkelijke leer, die meer in over- eenstemming zijn met het bijbels getuigenis. Verre echo’s getuigen dat ketterij ook op de Zeeuwse eilanden niet voor het eerst pas in de zestiende eeuw opdook. Slechts enkele sporen zijn ons overgeleverd van de door- gedreven actie tegen misstanden in de kerk, die de geestelijke Tanchelm en zijn medestanders in de vroege twaalfde eeuw voerden, maar de beroering die zij daarmee op Walcheren en omliggende eilanden verwekt hebben, moet aanzienlijk geweest zijn. Alle eeuwen door, soms meer, soms minder uitgesproken, bleef het verlangen naar ware vroomheid, naar een kerkelijke gemeenschap die leefde uit de navolging van Christus, bestaan. Het verschil tussen dit ideaalbeeld en de werkelijkheid, die daar in min of meerdere mate van afweek, vormde vaak de diepste drijfveer tot een kritische houding ten opzichte van leer en leven van de kerk en haar dienaren. Toen de augustijn Maarten Luther in 1517 zijn stellingen in Wittenberg wereldkundig maakte, vonden zijn op- vattingen onmiddellijk weerklank. Christus is het centrum van de Schrift, leerde Luther, en alleen door het Schriftwoord, waaraan alle opvattingen en gedragingen ontleend dienen te zijn (sola scriptura). Gods vol- strekte soevereiniteit en de noodzakelijkheid  voor de mens om Hem te kennen en te dienen op alle terreinen van het leven dienen erkend te worden in de belijdenis van het volstrekte verderf van de mens door de zonde, waardoor hij uit zichzelf onmachtig is tot het zedelijk goede. Het is uitsluitend aan de verkiezende genade Gods in Christus’ verlossingswerk zowel dadelijk als lijdelijk te danken (sola gratia) en alleen door de Heilige Geest die tot een leven van geloof, heiligmaking en gehoorzaamheid roept en bekwaamt, (sola fide), dat een mens kan zalig worden. Aflaten of goede werken dienen daarbij tot niets. Op Schouwen-Duiveland verliep de Hervorming als volgt: 1. Calvinisme (Lees verder) 2. Lutheranisme (Lees verder) 3. Het Anabaptisme of de Wederdopers (Lees verder) Aan de orde komen: De eerste predikers: Adriaan van Haemstede (Lees verder) Cornelis van Hille (Lees verder) Jacob Jorisz Baselis (Lees verder) Herman Moded (Lees verder) Petrus Datheen (Lees verder) De beeldenstorm. (Lees verder) De hagepreken. (Lees verder)