Bedevaarten
Een bedevaart of pelgrimage (van het Oud-frans pelrimage) is een (pelgrims)reis naar een bedevaartsoord. Redenen voor het ondernemen van een bedevaart zijn om de hulp van een heilige in te roepen zodat deze voorbede (Lees verder) kon doen bij God, of om boete te doen, een opgelegde straf te ondergaan. In de katholieke traditie betreft een bedevaart een reis naar een plaats waar een heilige wordt vereerd, of waar er volgens ooggetuigenverslagen verschijningen hadden plaatsgevonden, meestal van Maria, een engel of een heilige. Andere plaatsen werden bekend vanwege een of meer gevallen van wonderbaarlijke genezingen, of vanwege stigmata, een 'huilend' beeldje, of andere verschijnselen die mensen bovennatuurlijk voorkwamen.
Pelgrims
Voorbeelden van belangrijke bedevaartsplaatsen in het christendom zijn Rome (het Vaticaan), Fátima, Lourdes, Scherpenheuvel, Rocamadour, Santiago de Compostella, Kevelaer, Collevalenza, Assisi, Banneux, Jeruzalem en Bethlehem. Bedevaartgangers droegen schelpen of kleine medailles en beeldjes op hun kleding. Goedkope loden of tinnen pelgrimsinsignes, een pelgrimshoorn, eigenlijk souvenirs, worden bij opgravingen veel teruggevonden. Pelgrims die Jeruzalem bezochten plaatsten een palmtak op hun portretten en ook op hun grafsteen. In Dreischor in Zeeland is een dergelijke steen bekend met een leeg graf (Christus is immers opgestaan), twee palmtakken en een Jeruzalemskruis, zie foto hieronder.
Herman Moded
Herman Strij(c)ker of de Strijcker is vooral bekend onder zijn Hebreeuwse naam Moded, ca. 1520 - 1603 was een gereformeerd predikant in de tijd dat het calvinisme opkwam. Hij was een van de belangrijkste personen bij de groei van het calvinisme in Antwerpen vóór 1566. Moded werd geboren in een arm gezin in Zwolle. In 1550 studeerde hij te Keulen, waar hij in 1553 de titel Magister Artium verwierf. In 1555 was hij geestelijke bij het domkapittel en tevens werd hoogleraar aan de universiteit. Hij begon zich echter tegen de roomse kerk af te zetten en 'ketterse ideeën' te uiten, waardoor hij zowel uit het ambt als geestelijke werd gezet als zijn functie als hoogleraar verloor. Zijn bezwaren tegen de rooms-katholieke leer waren nog beperkt, want in 1556 droeg hij nog de mis op in de Sint-Michaëlskerk in zijn geboortestad Zwolle. In 1558 werd hij echter voor de bisschop van Utrecht George van Egmond gedaagd omdat hij het avondmaal met brood én wijn vierde. Moded vluchtte en werd hoogleraar en hofpre- dikant van koning Christiaan III van Denemarken in Kopenhagen. Na diens dood in 1559 werd hij ontslagen, en keerde Moded terug naar de Lage Landen. In 1559 werd hij gevangengenomen, maar Moded ontsnapte. Vanaf 1560 was Moded predikant van de gereformeerde kerk van Antwerpen, maar hij preekte ook geregeld in andere plaatsen, onder meer Breda. Moded speelde een grote rol bij de opkomst van het gereformeerd protestantisme in Antwerpen in die tijd. Hij was een goed spreker, en de roomsen waren zeker niet blij met hem. Hem werd gevraagd, samen met enkele anderen, een oordeel te geven over de Nederlandse Geloofs- belijdenis, die in 1560 door Guido de Brès was opgesteld. Verder stond Moded aan het begin van de hagenpreken. Hij leidde op 14 juni de mensen voor het eerst naar buiten voor een openluchtdienst, die zevenduizend mensen trok. Een plaatselijke rechter ging met getrokken degen de menigte in om Moded aan te houden, maar hij werd door de mensen met stenen bekogeld en werd hierbij ernstig gewond. Er werden nadien nog meerdere hagenpreken gehouden. Er werd ook een plakkaat uitgeschreven, die weinig indruk maakte. Op 25 maart 1567 vertrok Moded naar Engeland, waar hij derde predikant werd in de vluchtelingenkerk van Norwich. Hij nam deel aan de synode van Wezel, waar hij scriba (secretaris) was, en aan de synode van Emden (1571), waar hij verder niet op de voorgrond trad. Nadat Holland en Zeeland bevrijd waren, verbleef hij van 1572 tot 1575 in Zierikzee. In 1580 werd Moded weer gemeentepredikant en wel in Utrecht, waar hij met Pasen begon met preken. Eind 1587 werd Moded afgezet wegens ruzie. Hierna bediende hij de geheime gemeenten in Münster en Keulen. Er wordt gedacht dat hij, nadat hij geen loon meer ontving, elders middelen ging zoeken om te overleven. Hij leefde vervolgens een tijd in Zeeland. Aangenomen wordt dat hij in de notulen van de Staten van Zeeland van 29 januari 1601 wordt genoemd, waar hij een verzoek indient voor een vergoeding van zijn 45-jarig predikantschap. 18 november 1603 werd Moded begraven in de Nieuwe Kerk te Middelburg. (Bron: Wikipedia) Werken: Grondich bericht, van de eerste beghinselen der wederdoopsche seckten, ende wat veelderley verscheyden tacken, een yder met zijn aert ende drijuen daer wt ghesproten zijn :item van haer ydele visioenen, droomen, prophetiën ... : hier is noch by gheuoecht een grondich t'samen sprekinge ouer de voornaemste hooftstucken haerder dwalinghe. Tabula brevis et perspicua de sacra Domini coena.
Terug naar De Reformatie