(bron Wikipedia)
Germanen-Sueven-Zeeuwen
De Germaanse Volksverhuizing Vanaf de 2e eeuw n.C. verzwakte het Romeinse Rijk en werd de druk van de Germanen steeds groter. De beginnende Germaanse Volksverhuizing betekende het einde van de "Pax Romana". Bij het uiteenvallen van het Romeinse Rijk omstreeks 476 n.C. heerste in grote delen van Europa chaos en instabiliteit. Alle Germaanse stammen, opgestuwd door de Hunnen uit het oosten en aangelokt door de rijkdom van de Romeinen, probeerden een stuk van het Romeinse Rijk te pakken te krijgen. Het ging er daarbij niet zacht- zinnig aan toe. De Franken verplaatsten zich zuidwaarts richting Gallië. De Alemannen trokken naar Zuid- Duitsland en Zwitserland en de West-Goten naar Spanje, terwijl de Oost-Goten zich in Italië vestigden. De Angelen, Saksen en Juten trokken naar Brittannië. Het deel van de Saksen dat op het vasteland gebleven was, maakte Westfalen tot zijn centrum. De Friezen breidden hun machtsgebied ten noorden van de Rijn uit. En de Vandalen trokken door Gallië naar Zuid- Spanje  en Noord-Afrika. Voor de Sueven zie onderstaand vervolg.
Suevi-Zeeuwen Voor de oorsprong van de Zeeuwen moeten we terug naar het begin van de Christelijke jaartelling. Tussen de Rijn en de Oostzee woonde toen het West-Germaanse volk genaamd de Sueben of Sueven (Latijn: Suebi). (Lees verder)  Voor de betekenis. (Lees verder)    Voor de kunstuitingen van de Sueven (Lees verder) De Oostzee kreeg van de Romeinen hun naam: Mare suebicum. Caesar vermeldt in 58 voor Chr. ene Ariovistus, leider van de Suevi en andere verbonden Germaanse volkeren. Door hun militaire overwicht was dit volk in staat om in een groot gebied van 'Germania Magna' andere stammen aan zich te binden als vazalstammen, die schatplichtig aan hen waren.
AD 125
Volgens Tacitus in  Germania  kamden de Suevische  krijgers hun haar naar achter of opzij en bonden dat samen in een knot, mogelijk met het doel groter te lijken.
Met de grote Volksverhuizing (5e eeuw) trokken groepen Suevi naar het oosten (Schwabengau), het westen (Zeeuwen), het zuiden (Schwaben) en naar wat nu het noordoosten van Portugal is.
1.naar het oosten De naam Schwabengau slaat zonder twijfel op de Germaanse stam der  Suevi. Volgens Tacitus leefde deze stam in de eerste eeuw na Chr. in het gebied bij de Elbe. Na de volksverhuizing (4e en 5e eeuw) moeten enkelen in de buurt gebleven zijn- Saksen-Anhalt- en is de naam Schwabengau, ten oosten van de Harz, de laatste herinnering aan hen.
2. naar het westen Een gedeelte van de Sueven trok met Sassen (Saksen), Angelen en Juten de Noordzee op en vestigde zich in zuid-oost Engeland en in wat nu (Frans) Vlaanderen en Zeeland is. (Lees verder) Wat Zeeland betreft laten zich diverse auteurs hierover uit. (Lees verder)
3.naar het zuiden Aan de bronnen van de Donau moet zich ook een Suebische stam gevestigd hebben. Hun naam leeft voort in de huidige landstreek Zwaben.
4. naar het noordwesten van het Iberische schiereiland. Het Suevenrijk, ook wel Suebisch Koninkrijk Gallaecia, was een koninkrijk van de Germaanse stam der Sueven in het noord- westen van het Iberisch Schiereiland van 410 tot 585. Het gehele bestaan van het rijk stond in het teken van strijd met zijn sterke nabuur, het Visigotische rijk. In 570 begonnen de Visigoten een nieuwe oorlog, die het Suevenrijk verwoestte. Na enkele opstanden ging het rijk in 585 voorgoed ten onder.
5. naar Afrika “Wikipédia en Français” over de Vandalen noemt een vijfde aftak- king: een doorstoten van een deel van de Sueven samen met de Vandalen naar Noord-Afrika. Taalkundig zijn hier nog resten te vinden van de Germaanse taal gesproken door de Sueven. De plaats- naam Zwawa Moulay Bouchta in Marokko en de stam der Zouaoua (waarvan afgeleid Zouaven) in Algerije, en de voornamen: Souade, Souede, Souide, gelden als bewijs. Ook etnologisch zouden de raskenmerken van de Berberstammen waarin deze namen voorkomen, deze theorie kunnen ondersteunen. Zij wijzen volgens onderzoekers eenduidig naar een Kaukasische, niet naar een Arabische  oorsprong.
Levenswijze en cultuur Leven en cultuur van al deze volken verschilden onderling niet zo veel omstreeks de tijd dat de Romeinen hun macht over Europa uitbreidden. Zo bestonden de westelijke volksstammen voornamelijk uit landbou- wers, de oostelijke uit schaapherders en veehoeders. Allen waren erg gesteld op hun onafhankelijkheid en hadden geen sterke stamverbanden. (Lees verder) De Germaanse geloofsopvatting Een priesterkaste met als taak de religieuze cultuur vaste vorm te geven en over te dragen, zoals bij de verwante Keltische druïden, was er niet. Maar er leefde wel een eigen Germaanse mythologie op de achtergrond, die van de ene generatie op de andere in verhalen bij de haard door de ouderen werd over- geleverd. De verhalen, de namen van de goden, de helden en andere mythische figuren varieerden soms wat van de ene stam tot de andere, maar waren grosso modo alle op eenzelfde stramien gebaseerd. Zo geloofde men in meerdere werelden die met elkaar in contact stonden, een godenwereld met een oppergod Wodan, een onderwereld met slangen, draken en andere mythische wezens, en daartussen de mensen- wereld. Al deze werelden werden bij elkaar gehouden door een reusachtige levensboom Yggdrasil, tegelijk de boom van kennis. (Lees verder)
Na de volksverhuizing Zoals eerder vermeld vestigden zich Saksen overzee in Holland, Vlaanderen en de kusten van het Kanaal (litus Saxonicum) en Sueven in wat nu Zeeland en Vlaanderen omvat. Van een staatkundige vorm is hier nog geen sprake. Waarschijnlijk was men onderhorig aan het koninkrijk der Friezen. Wel vormt zich in wat nu België is een krachtige Frankische staat onder de Merovingen. Childerik I is hun koning (hertog). Doornik werd zijn centrum. (Lees verder)
Terug naar de Voorgeschiedenis