Bedevaarten
Een bedevaart of pelgrimage (van het Oud-frans pelrimage) is een (pelgrims)reis naar een bedevaartsoord. Redenen voor het ondernemen van een bedevaart zijn om de hulp van een heilige in te roepen zodat deze voorbede (Lees verder) kon doen bij God, of om boete te doen, een opgelegde straf te ondergaan. In de katholieke traditie betreft een bedevaart een reis naar een plaats waar een heilige wordt vereerd, of waar er volgens ooggetuigenverslagen verschijningen hadden plaatsgevonden, meestal van Maria, een engel of een heilige. Andere plaatsen werden bekend vanwege een of meer gevallen van wonderbaarlijke genezingen, of vanwege stigmata, een 'huilend' beeldje, of andere verschijnselen die mensen bovennatuurlijk voorkwamen.
Pelgrims
Voorbeelden van belangrijke bedevaartsplaatsen in het christendom zijn Rome (het Vaticaan), Fátima, Lourdes, Scherpenheuvel, Rocamadour, Santiago de Compostella, Kevelaer, Collevalenza, Assisi, Banneux, Jeruzalem en Bethlehem. Bedevaartgangers droegen schelpen of kleine medailles en beeldjes op hun kleding. Goedkope loden of tinnen pelgrimsinsignes, een pelgrimshoorn, eigenlijk souvenirs, worden bij opgravingen veel teruggevonden. Pelgrims die Jeruzalem bezochten plaatsten een palmtak op hun portretten en ook op hun grafsteen. In Dreischor in Zeeland is een dergelijke steen bekend met een leeg graf (Christus is immers opgestaan), twee palmtakken en een Jeruzalemskruis, zie foto hieronder.
Jan Koopmans
Jan Koopmans Sliedrecht, 26 mei 1905 - Amsterdam, 24 maart 1945  
Jan Koopmans was een Nederlands theoloog die onder meer bekendheid verkreeg vanwege zijn proef- schrift over het oudkerkelijk dogma. Hij was predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk. In het vroege voorjaar van 1945 verbleef Koopmans aan de Amsterdamse Stadhouderskade waar het verzet op de twaalfde maart een SD’er liquideerde. Als represaille zetten de Duitsers vierentwintig onschuldige burgers tegen de muur, onder wie een vijftienjarige jongen. Een van de schutters richtte te hoog – opzettelijk, walgend van de moordpartij? Toch trof hij doel. De kogel drong in het hoofd van Koopmans die, gealarmeerd door het rumoer, voor het raam van zijn onderduikadres stond. Twaalf dagen later, op 39-jarige leeftijd, overleed hij, met zijn zieke vrouw aan zijn zijde, liggend op een brancard. Zij stierf enkele jaren later. Koopmans studeerde theologie in Utrecht. Na zijn studie werd hij in 1928 predikant in Elkerzee. Na daar drie jaar gediend te hebben,nam hij het beroep van 's-Heer Hendrikskinderen aan. Van hieruit deed hij in 1934 het doctoraal examen. Het thema van de scriptie was: Luther en Melanchthon over het gezag der kerk. Een nadere uitwerking van dat thema legde Koopmans in 1938 op tafel, toen hij promoveerde op de disser- tatie Het oudkerkelijk dogma in de Reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn. Adolf von Harnack had in zijn Lehrbuch der Dogmengeschichte beweerd dat de Reformatie feitelijk geen affiniteit had met het klassieke dogma van de Kerk (de Tweenaturenleer en het dogma van de Drie-eenheid). Hun vasthouden eraan was – volgens Von Harnack – weinig anders dan een lippendienst. Bij hen was de godsdienst een zaak van het innerlijk geworden, een directe verhouding van de mens tot God, waar de ‘filosofische bouwsels’ van het dogma nog wel bij genoemd werden, maar niet werkelijk functioneerden. Koopmans wilde laten zien dat dat beeld onjuist was. In 1939 wordt Koopmans bijbelstudiesecretaris van de Nederlandse Christen Studentenvereniging (NCSV). Vanuit die functie had hij ook regelmatig contact met de Bekennende Kirche in Duitsland. In datzelfde jaar verscheen een commentaar op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Aan het begin van de Duitse bezetting diende elke overheidsambtenaar een verklaring te tekenen dat hij niet van Joodse bloed was, de zogeheten Ariërverklaring. Koopmans schreef in november 1940 in reactie daarop de brochure Bijna te Laat! waarin hij een hartstochtelijk appel deed op de Nederlandse kerk en het Neder- landse volk om de Joden niet te verraden. In 1941 verscheen van zijn hand de verklaring Wat wij wel en wat wij niet geloven, met de verwerping van het antisemitisme als ‘een van de hardnekkigste en dodelijkste vor- men van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden’. In 1941 werd hij ook beroepen als predikant door een Hervormde gemeente in Amsterdam. Hij probeerde daarbij zo veel mogelijk Joodse mensen te helpen. Vanuit zijn functie onderhield hij ook contact met de Duitsers en protesteerde regelmatig tegen de behandeling van de Joden door de bezetter. Om arrestatie te voorkomen 'logeerde' Koopmans in de laatste maanden van de oorlog regelmatig op een ander adres. Werken: Luther en Melanchthon over het gezag der kerk, 1934. Doctoraalscriptie Het oudkerkelijk dogma in de Reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn, 1938. Wilt u een gedeelte van deze dissertatie lezen? (Lees verder) Kleine postille, Nijkerk 1938 De Nederlandsche Geloofsbelijdenis, Amsterdam 1939 Nieuwe postille, Nijkerk 1940 Bijna te Laat!, illegale brochure, 1940 (Lees verder) Wat wij wel en wat wij niet geloven, brochure, 1941 Postuum uitgebracht werk: De tien geboden. In aansluiting aan den Heidelbergschen Catechismus uitgelegd, Callenbach, Nijkerk 1946 Laatste postille, geredigeerd door K.H. Miskotte, Nijkerk 1947 Het woord onder ons. Fragment, opgenomen in De wegen van het woord. Het evangelie naar Johannes, p. 308—327, Dr. E.L. Smelik, uitg. Callenbach, Nijkerk 1948 Onder het Woord. Verzamelde opstellen, bijeengebracht en ingeleid door K.H. Kroon, 1949
Terug naar Actueel Terug naar Actueel Terug naar de Ned. Herv. Kerk Terug naar de Ned. Herv. Kerk