Na de periode van het heidendom begint dan in de 7e eeuw het Christendom met de komst van Willibrord
Clemens Willibrord  was een zendeling van Angelsaksische afkomst. Hij werd geboren in 658 in het Noordengelse Northumbrië als zoon van pas bekeerde ouders. Als zevenjarige jongen werd hij door zijn vader Wilgis als oblaat toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij York in Engeland. Op zijn 20e vertrok Willibrord naar Ierland. In de Abdij van Rathmelsigi onderwierp hij zich aan een regime van strenge tucht. Tien jaar later, hij was toen 30 jaar oud, werd hij daar in 688 tot priester gewijd. Dat de monniken hun taak serieus namen zorgde ervoor dat Ierland de naam: “het eiland der heiligen” kreeg. In groepjes van twaalf man met een leider trokken de geloofsgetuigen uit, voorzien van lange pelgrimsstaven en lederen ransels, met als meest waardevolle inhoud de lei en de boeken. Wanneer deze apostelen zich ergens vestigden bouwden ze kleine hutjes en een eenvoudig kapelletje; in hun levensonderhoud voorzagen ze door visserij en landbouw en met geestdrift predikten ze het evangelie aan de bevolking van de streek. 
Volgens de latere schrijver Alcuinus was Willibrord vervuld van deze geest van "peregrinatio", de mystieke wens om het aardse thuis te verruilen voor de bekering van heidense volken en in 690 reisde Willibrord met twaalf gezellen naar het vasteland van Europa. Diverse dorpen claimen de plaats te zijn geweest waar Willibrord voet aan wal zette om het Evangelie te verkondigen aan de tot dan toe heidense bewoners van de kustgebieden. Hij was weliswaar niet de eerste missionaris die onder de Sueven arbeidde. Dat was Sint Eligius of Sint Eloy die in 649 de Sueven bekeerde van Isis tot Christus. Zijn arbeidsterrein was het kustgebied van Vlamingen en Sueven maar vermoedelijk moeten we denken aan wat nu de Belgische kust is. Willibrord echter werkte noordelijker. Dankzij  de “Vita Sancti Willibrordi” van de hand van Alcuin (ca. 786) mogen wij weten dat Walcheren de plaats is geweest waar hij landde:   'Toen dus de eerbiedwaardige man eens zoals gewoonlijk op een missiereis was, kwam hij bij een zekere plaats die Walichrum heette, waar nog een heiligdom van het oude bijgeloof stond. Toen de man Gods dit in zijn vurige ijver verbrijzelde voor de ogen van de bewaker van dit heiligdom, sloeg deze, in zeer grote woede ontstoken, alsof hij het onrecht zijn god aangedaan wilde wreken, in een opwelling van zijn waanzinnige geest met zijn zwaard op het hoofd van de priester van Christus. Maar omdat God zijn dienaar beschermde, liep hij geen enkel letsel op van die slag. Toen zijn metgezellen dit echter zagen, kwamen zij aanrennen om dit brute geweld van deze goddeloze man met de dood te straffen. Maar door de vrome man Gods werd de schuldige uit hun handen bevrijd en hij liet hem gaan; op diezelfde dag nog kwam hij echter in de macht van een duivelse geest en op de derde dag eindigde hij op ongelukkige wijze zijn leven. En omdat de man Gods naar het gebod van de Heer het onrecht hem aangedaan niet zelf wilde wreken, werd dit des te sneller door God gewroken, zoals hij gezegd heeft over het onrecht, dat de goddelozen zijn heiligen niet vrezen aan te doen: 'Mij komt de wraak toe, ik zal het vergelden, spreekt de Heer'. (Bekijk video) (bron: Wikipedia)
Westkapelle is door deze gebeurtenis een bedevaartsoord geworden (Lees verder).
Of hij direct daarna naar Zoutelande is gegaan, is niet bekend. Wel is daar De Willibrordusput. De foto is uit 1950. De nieuwe put is daar vlakbij. Merkwaardig is de plaatselijke uitspraak van de naam Zoutelande. Dat is nl. Zoetelande. Zou door Willibrord het water van een brakke bron zoet geworden zijn? (Bekijk video)                                           
Misschien is hij daarna verder langs de kust getrokken Daar zou Willibrord  de inhoud van zijn fles hebben gedeeld met behoeftigen. Lange tijd is in die plaats de fles bewaard en kreeg het dorp een naam afgeleid van het woord fles: Vlissingen. De leren fles met zilveren dop werd in 1809 een prooi der vlammen toen het stadhuis afbrandde bij het Engelse bombardement. De dop werd gered, maar is later wegens geldgebrek door het stads- bestuur verkocht aan het Rijksmuseum. Later kwam het voorwerp terug naar het Stedelijk Museum, zij het nu in bruikleen. De fles prijkt intussen in het stadswapen. (Bekijk video) 
Vermoedelijk gingen zijn zendingsactiviteiten naar het noorden richting Friesland en belandde hij op Schou- wen. Volgens plaatselijk historicus Wim de Vrieze zou hij met preken begonnen zijn bij de Tempelput. In Burgh bouwde hij een houten kerkje, dat later vervangen werd door een stenen gebouwtje. Deze waarschijn- lijk oudste kerk van Schouwen (wellicht reeds bestaand in 776) was gewijd aan hem. Na twee moeilijke reizen naar Rome werd hij in 695 door paus Sergius I tot aartsbisschop der Friezen gewijd. Bij zijn wijding kreeg Willibrord van de paus de voornaam Clemens  Voor hij er op uittrok, zocht hij de bescherming van de hofmeier Pepijn. Later schonk  de Frankische adel Willibrord diverse landgoederen. Op een daarvan stichtte hij de Abdij van Echternach . Vanuit deze abdij bereidde hij zijn missietochten naar Frisia, Thüringen en Denemarken voor. (Bekijk video)
In 719 ontving Willibrord bezoek van Bonifatius, die na een verblijf van drie jaar naar de Germaanse landen vertrok om daar het Evangelie te verkondigen. Willibrord maakte in de kantlijn van een kalender een aante- kening over zijn aankomst in Francia in 690 en over zijn  bisschopswijding in 695, eindigend met het gezegde  "in Dei nomine feliciter"  (in de naam van God gelukkig). (Bekijk video)
(bron Wikipedia)
Terug naar Middeleeuwen
Zijn eerste daad was het omverwerpen van het afgodsbeeld, waarna een van de heidense priesters hem een hoofdwond toebracht. Niettemin zette Willibrord de geloofsprediking voort. Melis Stoke vermeldt in zijn Rijmkroniek:                           Want een die Marcuriuse wachte Sloechen in syn hoeft onsachte/ Dat hi storte syn bloet: Nochten predicte hi met ter spoet ’t Woort ons Heren als een stout serjant.
Willibrord