Sint Eloi
Eligius van Noyon (geboren in Chaptelat bij Limoges, tussen 588 en 590, gestorven in Noyon aan de Poise, 1 december 660), ook Sint-Elooi genoemd, is een christelijke heilige. Eligius wilde smid worden, maar werd al snel opgeleid tot goudsmid door Abbo, muntmeester van Limoges. Vervolgens zette hij zijn opleiding voort bij Abbo van Limoges, koninklijk schatkistbewaarder in Neustria. Op aanbeveling van deze Abbo vroeg koning Clotarius II aan Eligius om voor hem een troon te maken van goud, versierd met edelstenen. Nadat het werk klaar was gaf Eligius het resterende goud terug aan de opdrachtgever. Deze eerlijkheid bezorgde hem de titel van muntmeester van Marseille en een plaats in de hofhou- ding. Als edelsmid vervaardigde Eligius onder meer reliekschrijnen voor Germanus van Auxerre, Genoveva van Parijs en voor Martinus van Tours. Hij was een kundig vakman en groot kunstenaar. Hij werd dan ook de beschermheilige van de goud-, zilver- en hoef- smeden, slotenmakers, e.d.
In de smidse van Dreischor kon het rond 1900 gezellig druk zijn terwijl de paarden- er waren er rond 1900 zo’n 160 in de gemeente- in de travalje beslagen werden. De smid bezorgde de jaarrekeningen op de donderdag voor Sinte Eloye, dat is de derde dinsdag in november. (Uit: J.L. Braber en C.P. Pols: Dreischor zoals het was)
Eloi is de eerste missionaris onder de Sueven. Dit zijn echter die Suevische stammen die zich tussen de Vlamingen gevestigd hadden. Wat nu Zeeland is wordt niet bereikt. Een andere bron vermeldt: Vele Sueven of Zeewen werden door de prediking van Eloi bekeerd. Hij verdelgde hunne tempels, verbrak hunne afgods- beelden, en bracht, door vriendelijke en ernstige vermaningen ene merkelijke verbetering in de zeden dezes volks te weeg. Doch na zijnen dood of vertrek, schijnt de meeste hoop wederom tot de oude bijgelovigheden vervallen te wezen. De H. Audoënus getuigt van Eloi ‘Met de zorg van een herder doorliep hij de steden of zaten die hem toever- trouwd waren: maar de Vlamingen en Antwerpenaars, de Friezen en de Sweven en andere barbaren, die langs de zeekusten woonden en ten uitersten verwijderd waren, op wien het ploegijzer der prediking nog niet gedrukt had, ontvingen hem met vijandelijken geest en afgekeerden zin; nadien als hij hun het woord Gods, door de genade van Christus al stillekens en behendig veropenbaarde, verliet het meestendeel van dat wreed en barbaarsch volk de afgoden: 't bekeerde tot den waren God en 't wierd Christus onderdanig’.
Voor Willibrord
De moeizame weg van het Christendom naar Schouwen-Duiveland. Het Christendom bereikt het noorden van Gallië. Vanaf de derde eeuw bereikten missionarissen het noorden van Gallië. Hun arbeid stuitte deels op weerstand en leidde tot het martelaarschap, maar na de godsdienstvrijheid onder Constantijn ( 312) ging de evangelisatiearbeid voorspoediger. Mogelijk zijn er na de overrompeling van de Romeinen door de Germanen kleine groepen Christenen blijven bestaan, maar na de Germaanse volksverhuizing moest het Christendom hier praktisch opnieuw beginnen. Hiermee in tegenspraak is de vermelding door  Eindius in de  Chron. Zol. Libr.I Cap.19 p.123: …al kort na de tijden der apostelen de Kristelijke leer ook in deze landen haar zaden reeds heeft verspreid, en Willibrord dezelve hier eerder opgewekt en weder aangekweekt dan wel eerst geplant zou hebben… De eerste missionarissen meldden hierover niets en aangenomen moet worden dat de heidense Germanen eventuele sporen van Christendom weggevaagd hebben. Onder de eerste missionarissen noemen we: 1. Servaas of Servatius, meestal zonder toevoeging van Tongeren of van Maastricht (geboren vermoedelijk in Groot-Armenië, 4e eeuw – gestorven te Maastricht in  384?) zou de laatste bisschop van Tongeren en de eerste bisschop van Maastricht zijn geweest. Zijn naam wordt genoemd in het jaar 343, toen een zekere bisschop Sarbatios aanwezig was op het Concilie van Sardica (tegenwoordig Sofia, Bulgarije). Sarbatios ontpopte zich als een fel tegenstander van het Arianisme, waarmee hij zich schaarde aan de kant van de Trinitariërs, die uiteindelijk de overhand zouden krijgen in de westerse kerk. In de middeleeuwen ontstonden tal van legenden rondom de figuur van Servaas, soms verweven met historische feiten. De bekendste is het Leven van Sente Servas van Hendrik van Veldeke, dat rond 1170 tot stand kwam.
2. Chrysolius van Doornik Sint Chrysolius, geboren in Armenië in de 3e eeuw, is de beschermheilige van Komen (Fr. Comines), in België. Hij vluchtte naar Rome tijdens de vervolgingen onder Diocletianus en werd naar het noordwesten van Gallië gezonden waar hij het evangelie verkondigde in Verlengehem. Volgens de legende werd hij een leerling van Sint Denis en werd met Sint Piatus naar Kamerik en Doornik gezonden om daar het evangelie te verkondigen. Daarna werd hij benoemd tot bisschop, maar werd gevangen genomen door Romeinse soldaten en veroordeeld om onthoofd te worden. Een gedeelte van zijn schedel werd afgeslagen en volgens de legende viel dit stuk in drieën uiteen. Waar die stukken neerkwamen ontsprongen bronnen. Chrysolius pakte zijn schedel weer op, wandelde naar Komen (Comines), zijn woonplaats  en stierf aldaar.
St. Chrysoliuskerk te Komen
Chlodio, omstreeks 440. Na het vertrek van de Romeinen vallen de Franken binnen. Hun eerste (heidense) koning is Chlodio.
In 428 viel Chlodio, een belangrijk krijgsheer van de Salische Franken, het Romeinse Rijk binnen en bezette de steden Kamerijk en Doornik (nu Chambrai en Tournay). Weldra heerste hij over het gebied tot aan de rivier de Somme en maakte van de stad Doornik een Frankische hoofdplaats. Zeeland was eerst onder de invloed van de Friezen, maar geleidelijk aan verloren de Friezen hun dominantie ten gunste van de Franken. Zowel Friezen als Franken waren heidenen.
Merovech, omstreeks 450. Merovech consolideerde het Frankische rijk en breidde het uit naar het noordoosten.
Hij was hoogstwaarschijnlijk koning (hertog) van de Salische Franken (447-458) na Chlodio. Hij is de naamgever van de Merovingische dynastie. Volgens de sage werd hij verwekt toen zijn moeder bij het baden een zeemonster tegenkwam. Het vormt een van de mogelijke verklaringen voor de oorsprong van de uitspraak dat iemand van (Europese) adel "blauw bloed" zou hebben, zoals de zeewezens. Merovech werd na zijn dood in 458 opgevolgd door zijn zoon Childerik I. Uit het kaartje blijkt dat de Friese invloedssfeer in het gebied der Sueven gebleven is.
Childerik I, omstreeks 460. Ging voort met het verder uitbreiden van zijn rijk. Volgens deze kaart valt Zeeland onder het gezag van de Frankische koningen. Mogelijk is hier reeds sprake van een aanvang van de Fries-Frankische oorlogen.
Childerik I werd geboren in 440 in Noordrijn-Westfalen. Childerik werd op zeker moment door zijn volk verstoten, omdat hij zich zo vaak vergreep aan vrije en adellijke vrouwen dat dit niet meer aanvaard werd. Daarom zou hij 8 jaar in ballingschap in Thüringen hebben geleefd. Hij stierf in 481 in Doornik. Zijn graf werd op 27 mei 1653 intact gevonden onder de Sint-Brixiuskerk te Doornik, met 21 paardenoffers, een complete wapenrusting (zwaard, messen, werpbijl, lans, schild), een muntschat en talrijke juwelen en een gouden stierenkop. Het was duidelijk geen christelijk graf. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Chlodovech.
Chlodovech I = Clovis I, omstreeks 500. Het huidige Frankrijk begint vorm te krijgen.
Chlodovech I –gelatiniseerd tot Clovis I – werd geboren in 465 en stierf in 511. Hij breidde zijn rijk behoorlijk uit en door zijn huwelijk in 493 met de Bourgondische prinses Clothilde werd zijn invloedssfeer ook groter. Maar zij is katholiek terwijl hij nog de oude Germaanse goden vereert. Tot 496 probeert ze tevergeefs Clovis tot het christelijk geloof te bekeren. Wel worden hun kinderen gedoopt maar omdat deze kinderen ziek worden en sterven is dit voor Clovis een extra reden om zich niet te bekeren. In 496 vallen de Alemannen de Ripuarische Franken aan. Hun koning Sigebert roept de hulp in van de Salische Franken. Aan het kruispunt van de heerbanen Bavay-Keulen en Straatsburg- Keulen, komt het  nabij Tolbiac, nu Zülpich, tot een treffen. In eerste instantie lijken de Alemannen de slag te winnen, maar uiteindelijk weten de Franken de overwinning te behalen. Volgens de legende heeft Clovis op het dieptepunt van de slag Wodan aangeroepen en om een overwinning gevraagd. Maar de Frankische verliezen bleven doorgaan. Toen dacht hij aan zijn christelijke echtgenote Clothilde, en zei hij het volgende: "God van mijn vrouw: als gij echt zo sterk zijt als mijn vrouw beweert, kom mij dan helpen en laat mij winnen. Dan zal ik mij tot het christendom bekeren. " Het tij keerde als bij een wonder. Hij heeft zijn gelofte gehouden en zou zich in 496 bekeerd hebben. Volgens deze kaart is Schouwen-Duiveland opnieuw binnen de invloedssfeer van Friesland, maar de kerstening van de Franken zou daar blijvend verandering in brengen. Tijdens de Fries-Frankische oorlogen wisselde  Zeeland diverse keren van koning.
Chlotarius I, 511-561.
Bouwt het Frankische rijk verder uit naar het oosten, maar het westen, van wat later Nederland zou zijn, laat hij met rust. Daar heersen de Friezen.
Het Koninkrijk der Friezen
Er zijn aanwijzingen gevonden dat de Friezen hun macht verder naar het zuiden uitbreidden tot aan het Zwin. Maar de Franken keken ook met begerige ogen naar de delta van de Rijn en in een reeks schermutselingen, die de Fries- Frankische oorlogen worden genoemd, werden over en weer overwinningen geboekt.  Een bijzondere vondst die in verband met koning Audulf wordt gebracht is de goud- schat van Wieuwerd. Deze goudschat bevatte een munt met het opschrift AVDVLFVS FRISIA en op de  andere zijde VICTVRIA AVDVLFO (= overwinning aan Audulfus). Dit zou erop kunnen wijzen dat deze geslagen is na het behalen van een belangrijke overwinning door deze koning. Als volk komen de Franken het meest in aanmerking voor tegenstander.
Chilperic I, 561-584
Chilperik zette de strijd van de Franken met de Friezen onverdroten voort.  In de geschreven bronnen wordt hij genoemd de "schrik van de Friezen en Sueven".
Chlotarius II, 584-613
Chlotarius bevorderde het werk van Ierse zendelingen zoals Columbanus. Deze bereikten Zeeland echter niet.
Dagobert I, 629-639 Bijgenaamd “de goede koning”
Pepijn van Landen, hofmeier, was zijn raadgever, samen met de heilige Eloi of Eligius. Eloi is de eerste missionaris onder de Sueven. Dit zijn echter die Suevische stammen die zich tussen de Vlamingen gevestigd hadden. Wat nu Zeeland is wordt niet bereikt. Een andere bron vermeldt: Vele Sueven of Zeewen werden door de prediking van Eloi bekeerd. Hij verdelgde hunne tempels, verbrak hunne afgodsbeelden, en bracht, door vriendelijke en ernstige vermaningen ene merkelijke verbe- tering in de zeden dezes volks te weeg. Doch na zijnen dood of vertrek, schijnt de meeste hoop wederom tot de oude bijgelovigheden vervallen te wezen.
De koningen rond de eeuwwisseling van de 7e naar de 8e eeuw verloren hun eigenlijke bestuurs- macht. Deze werd uitgeoefend door hun hofmeiers, wier positie ook erfelijk werd.
Onder de Frankische koningen Clovis II (639 – 657) en Chlotharius III (652 - 673) bleef de toe- stand in onze contreien ongewijzigd.
In 1564 vermeldt de Regering van Zierikzee in een verzoek- schrift aan Koning Filips de ouderdom der stad van 900 jaren. Hiermede zou Zierikzee de oudste stad van Zeeland zijn.
Theuderik III, 675-691. Hofmeier Pepijn van Herstal.
Tussen 688 en 695 bezorgt Pepijn de Friese koning Radboud een aantal flinke nederlagen. Halverwege de negentiger jaren sluiten Radboud en Pepijn vrede, waarbij Radboud afstand doet van Fresia citerior, het grondgebied ten zuiden van de Oude Rijn. Het gebied tussen Rijn en Schelde ligt nu open voor het Christendom, gesteund door de overheid. Dan komt het moment dat Willibrord in beeld komt en de kerstening van Schouwen-Duiveland een aanvang neemt. Hij wordt door de paus omstreeks 695 benoemd tot aartsbisschop van de Friezen. In dat jaar landt hij op Walcheren.
Terug naar de Middeleeuwen